Marloes Blaas toonde vandaag haar vijfde collectie genaamd “A common silver spoon”. De eigenaresse en oprichtster van het label koos deze editie voor een nieuwe aanpak om haar collectie te presenteren, ze deelde haar show op in drie kleine shows.
De titel van de collectie staat voor het gezegde geboren worden met een zilveren lepel in de mond, wat betekent dat je opgroeit in welvaart. De collectie is gebaseerd op de transformatie die Nederland doormaakte na de Tweede Wereldoorlog, toegespitst op grote gezinnen in de jaren ‘50.
Marloes herkende drie verschillende stijlen in deze tijd, vandaar ook de drie delen in de show. De eerste stijl was de periode van ontwaken net na de Tweede Wereldoorlog. Dit was goed terug te zien in materiaalgebruik en de veelal donkere kleuren. De silhouetten gebaseerd op de statige traditionele kleding van toen. Sieraden gemaakt van lepels verwezen direct naar het thema.
De tweede stijl staat voor de overgang naar de moderne tijd. Oude familiefoto’s hebben de inspiratie gebracht voor de ontwerpen in dit deel van de collectie. Uniforme gebreide truien, korte broekjes en sokken opgehesen tot op de knie. Canvas jassen, jacks en stoere tassen lieten weinig aan de verbeelding over.
De derde stijl laat een typisch jaren ‘50 beeld zien. De kleding werd een stuk luchtiger en lichter. Kant gecombineerd met uitbundig bordeaux rood leer en lycra. Details uit werkkleding, schorten en een stenen print vertaalden de tendens in deze zeer voortvarende tijd.
De titel van de collectie staat voor het gezegde geboren worden met een zilveren lepel in de mond, wat betekent dat je opgroeit in welvaart. De collectie is gebaseerd op de transformatie die Nederland doormaakte na de Tweede Wereldoorlog, toegespitst op grote gezinnen in de jaren ‘50.
Marloes herkende drie verschillende stijlen in deze tijd, vandaar ook de drie delen in de show. De eerste stijl was de periode van ontwaken net na de Tweede Wereldoorlog. Dit was goed terug te zien in materiaalgebruik en de veelal donkere kleuren. De silhouetten gebaseerd op de statige traditionele kleding van toen. Sieraden gemaakt van lepels verwezen direct naar het thema.
De tweede stijl staat voor de overgang naar de moderne tijd. Oude familiefoto’s hebben de inspiratie gebracht voor de ontwerpen in dit deel van de collectie. Uniforme gebreide truien, korte broekjes en sokken opgehesen tot op de knie. Canvas jassen, jacks en stoere tassen lieten weinig aan de verbeelding over.
De derde stijl laat een typisch jaren ‘50 beeld zien. De kleding werd een stuk luchtiger en lichter. Kant gecombineerd met uitbundig bordeaux rood leer en lycra. Details uit werkkleding, schorten en een stenen print vertaalden de tendens in deze zeer voortvarende tijd.










